Taal en wiskunde oefenen in het 3de leerjaar
In het 3de leerjaar bouwen kinderen verder aan spelling, lezen en schrijven. Bij wiskunde oefenen ze met grotere getallen, de tafels, bewerkingen, meten en meetkunde.
Taalvaardigheden
Oefen spelling, begrijpend lezen, schrijven, luisteren, taalbeschouwing en woordenschat.
Spelling
Oefen spellingregels en moeilijkere klanken en lettercombinaties.
Begrijpend lezen
Begrijp langere teksten en zoek de hoofdgedachte en belangrijke details.
Schrijven
Schrijf samenhangende zinnen en korte teksten met de juiste leestekens.
Luisteren
Luister naar instructies en verhalen en haal er belangrijke informatie uit.
Taalbeschouwing
Ontdek woordsoorten en leer hoe woorden en zinnen zijn opgebouwd.
Woordenschat
Leer nieuwe woorden, betekenissen, synoniemen en tegenstellingen.
Wiskundevaardigheden
Werk stap voor stap aan getallen, bewerkingen, meten en meetkunde.
Getallen
Werk met getallen tot 1000 en oefen plaatswaarde, vergelijken en ordenen.
Bewerkingen
Oefen optellen, aftrekken, hoofdrekenen en de tafels.
Meten
Oefen lengte, gewicht, inhoud, tijd en geld met passende maateenheden.
Meetkunde
Herken vlakke figuren, ruimtefiguren, lijnen, hoeken en symmetrie.
