Taal en wiskunde oefenen in het 6de leerjaar
In het 6de leerjaar leren kinderen langere teksten kritisch verwerken, passen ze complexere spelling- en taalregels toe en verwoorden ze hun ideeën helder en overtuigend. Bij wiskunde leren ze rekenen met getallen tot 1.000.000, breuken, kommagetallen en procenten. Ook verdiepen ze zich verder in meten, meetkunde, tabellen en grafieken.
Taalvaardigheden
Oefen spelling, begrijpend lezen, schrijven, luisteren, taalbeschouwing en woordenschat.
Spelling
Schrijf moeilijke woorden, leenwoorden en werkwoorden in verschillende tijden correct.
Begrijpend lezen
Analyseer langere teksten en onderscheid feiten, meningen en betrouwbare informatie.
Schrijven
Schrijf duidelijke verslagen, recensies en betogen met een logische opbouw.
Luisteren
Luister kritisch naar uitleg, gesprekken en podcasts en beoordeel de informatie.
Taalbeschouwing
Verdiep je in zinsbouw, werkwoordstijden, taalregisters en actief en passief taalgebruik.
Woordenschat
Begrijp moeilijke en figuurlijke woorden via context, woorddelen en betekenisnuances.
Wiskundevaardigheden
Werk stap voor stap aan getallen, bewerkingen, meten, meetkunde, tabellen en grafieken.
Getallen
Werk met getallen tot 1.000.000, breuken, kommagetallen, procenten en negatieve getallen.
Bewerkingen
Reken vlot met grote getallen, breuken, kommagetallen en procenten.
Meten
Reken met oppervlakte, inhoud, schaal, tijdzones, maateenheden en geld.
Meetkunde
Onderzoek figuren, hoeken, gelijkvormigheid, coördinaten en ruimtelijke vormen.
Tabellen en grafieken
Analyseer, vergelijk en verwerk gegevens, verhoudingen en procenten in grafieken.
