Taal en wiskunde oefenen in het 5de leerjaar
In het 5de leerjaar leren kinderen complexere teksten begrijpen, passen ze moeilijkere spelling- en taalregels toe en bouwen ze hun eigen teksten logisch op. Bij wiskunde oefenen ze met getallen tot 100.000, breuken en kommagetallen. Ook verdiepen ze zich verder in bewerkingen, meten, meetkunde, tabellen en grafieken.
Taalvaardigheden
Oefen spelling, begrijpend lezen, schrijven, luisteren, taalbeschouwing en woordenschat.
Spelling
Oefen moeilijke woorden, werkwoordspelling en woorden uit andere talen.
Begrijpend lezen
Ontdek hoofdgedachten, tekstverbanden, signaalwoorden en belangrijke informatie.
Schrijven
Schrijf samenhangende teksten met een duidelijke opbouw, alinea’s en gepaste taal.
Luisteren
Luister kritisch en onderscheid hoofd- en bijzaken, meningen en belangrijke details.
Taalbeschouwing
Verdiep je in woordsoorten, zinsdelen, werkwoordstijden en taalgebruik.
Woordenschat
Vergroot je woordenschat en ontdek betekenissen via context en woorddelen.
Wiskundevaardigheden
Werk stap voor stap aan getallen, bewerkingen, meten, meetkunde, tabellen en grafieken.
Getallen
Werk met getallen tot 100.000, breuken, kommagetallen en negatieve getallen.
Bewerkingen
Reken met grotere getallen, breuken en kommagetallen, uit het hoofd en cijferend.
Meten
Reken met maateenheden, omtrek, oppervlakte, inhoud, tijd, schaal en geld.
Meetkunde
Onderzoek hoeken, vlakke figuren, symmetrie, ruimtefiguren en hun eigenschappen.
Tabellen en grafieken
Lees, vergelijk en verwerk gegevens in tabellen en verschillende grafieken.
