Feedback geven die je kind vooruithelpt: 5 regels

In het kort. Feedback helpt een kind vooruit wanneer ze concreet is, snel komt, over de aanpak gaat, één punt tegelijk aanpakt en eindigt met een volgende stap. Vijf regels dus, en ze zijn alle vijf toe te passen aan de keukentafel bij een dictee of een reeks bewerkingen.

“Goed gedaan” en “je moet beter opletten” zijn de twee meest gegeven reacties op schoolwerk, en geen van beide vertelt een kind wat het de volgende keer anders kan doen. Dat is jammer, want goede feedback is een van de weinige dingen die je thuis kan doen die aantoonbaar effect heeft.

Hieronder staan vijf regels, elk met één voorbeeldzin bij spelling en één bij rekenen, zodat je meteen ziet hoe het klinkt in de praktijk.

Op deze pagina

  1. De vijf regels
  2. Bij een dictee
  3. Bij een reeks bewerkingen
  4. Wat je beter weglaat
  5. Feedback op een rapport

De vijf regels

  1. Concreet. Benoem wat je ziet in het werk, niet je oordeel erover. “Drie van de vier fouten zitten in woorden met -d op het einde” in plaats van “je spelling is slordig”.
  2. Tijdig. Hoe korter na de oefening, hoe beter. Feedback op een blad van vorige week landt nauwelijks; het kind weet niet meer wat het dacht.
  3. Over de aanpak, niet over het talent. “Je hebt eerst de eenheden opgeteld, dat klopt” werkt; “je bent goed in rekenen” werkt niet.
  4. Eén punt tegelijk. Bij vijf opmerkingen onthoudt een kind er nul. Kies de fout die het meest terugkomt.
  5. Eindig met een volgende stap. Feedback zonder handeling is een beoordeling. “Probeer bij de volgende drie eerst het werkwoord te zoeken” maakt het bruikbaar.

Feedback die niet eindigt in iets wat je kind kan doen, is een oordeel met een vriendelijke toon.

Bij een dictee

RegelZo klinkt het
Concreet“Kijk eens: hond, hand en mond. Wat hebben die drie fouten gemeen?”
Tijdig“Laten we dit nu samen bekijken, nu je het nog vers hebt.”
Over de aanpak“Je hebt bij twee woorden het verlengingstrucje gebruikt, dat zie ik.”
Eén punt“Vandaag kijken we enkel naar de d en de t op het einde.”
Volgende stap“Bij de volgende vijf woorden zeg je eerst het meervoud hardop.”

Het sterkste dat je bij spelling kan doen, is de fouten laten sorteren in plaats van ze te tellen. Vier fouten die allemaal in dezelfde categorie vallen, zijn één probleem, geen vier. Meer daarover in ons artikel over spellingfouten analyseren.

Bij een reeks bewerkingen

RegelZo klinkt het
Concreet“Bij deze drie vergat je het onthouden, bij de rest klopt het.”
Tijdig“Laat het laatste blad eens zien voor we opruimen.”
Over de aanpak“Je hebt je stappen onder elkaar gezet, daardoor zie ik waar het misging.”
Eén punt“We kijken vandaag enkel naar het onthouden, de rest laten we.”
Volgende stap“Zet bij de volgende drie het onthouden boven de som voor je begint.”

Vraag bij een foute bewerking altijd eerst: hoe heb je dat gedaan? Je hoort dan of het gaat om een slordigheid, een verkeerd geleerde procedure of een misverstand over wat de bewerking betekent. Die drie vragen elk iets anders, en enkel de derde vraagt echte uitleg.

Wat je beter weglaat

Zeg nietZeg wel
“Je moet beter opletten”“Wat zou helpen om die fout niet meer te maken?”
“Dat is toch niet moeilijk”“Dit is lastig, waar loopt het vast?”
“Je bent slim, dit kan je best”“Je hebt dit vorige week ook uitgezocht”
“Alweer fout”“Dezelfde soort fout als daarnet, kijk eens”
“Goed gedaan!” (bij alles)“Je hebt het drie keer opnieuw geprobeerd”
“Niet erg” (na een mislukking)“Dat is balen. Wat ging er mis, denk je?”

De rechterkolom heeft één gemeenschappelijk kenmerk: ze eindigt telkens bij je kind in plaats van bij jou. Dat is het verschil tussen een gesprek en een beoordeling.

Feedback op een rapport

Een rapport is de moeilijkste feedbacksituatie, omdat er veel informatie tegelijk komt en er emotie bij hoort.

  1. Lees eerst zelf, reageer niet meteen. Je eerste reactie is zelden je beste.
  2. Begin bij wat je kind ervan vindt. “Welk vak ben je het meest tevreden over?” levert meer op dan je eigen samenvatting.
  3. Kijk naar de lijn, niet naar één cijfer. Een zes die vorige keer een vier was, is goed nieuws.
  4. Kies één werkpunt, niet drie. En liefst één dat je kind zelf genoemd heeft.
  5. Eindig met een afspraak, klein en concreet: tien minuten per dag op één onderdeel, gedurende drie weken.

Voor die laatste afspraak zijn korte oefeningen die zichzelf verbeteren handig, omdat ze geen discussie opleveren over juist of fout. Op Taalkrak vind je oefeningen per leerjaar. Meer over het rapport zelf staat in het rapport bespreken met je kind.

In één oogopslag

RegelKernTest
ConcreetBenoem wat er in het werk staatZou je het kunnen aanwijzen?
TijdigZo snel mogelijk na de oefeningWeet je kind nog wat het dacht?
Over de aanpakStappen, niet talentKan je kind het herhalen?
Eén puntDe fout die het meest terugkomtKan je kind het navertellen?
Volgende stapEindig met iets doenbaarsWeet je kind wat het nu doet?
Bij een rapportEén werkpunt, één afspraakStaat er een datum bij?

Tot slot

Feedback geven is geen kwestie van vriendelijk of streng zijn. Het is de vraag of je kind na het gesprek weet wat het de volgende keer anders doet. Benoem één ding dat je in het werk ziet, vraag hoe het tot dat antwoord kwam, en eindig met één concrete stap. De rest mag je gerust laten liggen.

Wat maakt feedback effectief?

Vijf dingen: ze is concreet en verwijst naar het werk zelf, ze komt snel na de oefening, ze gaat over de aanpak in plaats van over talent, ze pakt één punt tegelijk aan, en ze eindigt met een volgende stap die je kind kan uitvoeren.

Waarom werkt “je moet beter opletten” niet?

Omdat het geen informatie bevat. Een kind weet daarna nog steeds niet wat het anders moet doen. Vraag in plaats daarvan wat zou helpen om die fout niet meer te maken, of geef zelf één concrete ingreep.

Hoeveel opmerkingen geef je in één keer?

Eén. Bij vijf opmerkingen onthoudt een kind er nul, en meestal niet degene die jij het belangrijkst vond. Kies de fout die het meest terugkomt en laat de rest bewust liggen tot een volgende keer.

Hoe reageer je op een foute bewerking?

Vraag eerst hoe je kind het gedaan heeft. Je hoort dan of het gaat om slordigheid, een verkeerd geleerde procedure of een misverstand over wat de bewerking betekent. Enkel dat laatste vraagt echte uitleg.

Wat doe je met een dictee vol fouten?

Sorteer ze in plaats van ze te tellen. Vier fouten in dezelfde categorie zijn één probleem en geen vier. Kies die ene categorie, benoem het patroon, en geef een concreet trucje voor de volgende woorden.

Hoe bespreek je een rapport?

Lees het eerst zelf en reageer niet meteen, begin bij wat je kind ervan vindt, kijk naar de evolutie in plaats van naar één cijfer, kies één werkpunt dat je kind liefst zelf genoemd heeft, en eindig met een kleine afspraak met een datum.