In het kort. Bij dyslexie loopt het decoderen stroef: letters omzetten in klanken gaat traag en kost veel energie, ook als een kind de letters perfect kent. In de klas wordt dat opgevangen met STICORDI-maatregelen zoals voorleessoftware, meer tijd, aangepaste lay-out en toetsen die worden voorgelezen. Thuis helpt vooral: blijven voorlezen en de leesdruk laag houden.
Op deze pagina
- Wat dyslexie met lezen doet
- Waarom meer laten lezen niet de oplossing is
- Acht leesgerichte STICORDI-maatregelen
- Wat je thuis wel en niet doet
- De weg naar hulp
- De maatregelen in één oogopslag
- Veelgestelde vragen
Een kind met dyslexie kent de letters. Het kan ze opzeggen, aanwijzen, opschrijven. En toch duurt het lezen van één zin drie keer langer dan bij een klasgenoot. Dat is geen kwestie van inzet.
Wat dyslexie met lezen doet
Lezen bestaat uit twee stappen: decoderen — letters omzetten in klanken en die samenvoegen tot een woord — en begrijpen wat er staat. Bij dyslexie hapert de eerste stap.
Bij vlotte lezers gaat dat decoderen automatisch: ze herkennen het woordbeeld in één oogopslag. Bij dyslexie blijft elk woord opnieuw werk. Daardoor gaat bijna alle aandacht naar het lezen zelf, en blijft er weinig over voor de inhoud.
Dat verklaart iets wat ouders vaak verbaast: je kind begrijpt een verhaal perfect als jij het voorleest, maar niet als het zelf leest. Het begrip is er wel — het komt alleen niet door de eerste stap heen.
Waarom meer laten lezen niet de oplossing is
De intuïtieve reactie is: dan moet het meer oefenen. Dat klopt maar half.
Meer gericht oefenen helpt, liefst kort en dagelijks, met het juiste materiaal en meteen feedback. Meer vrij lezen opleggen werkt vaak averechts: het kind ervaart vooral dat lezen zwaar en vernederend is, en gaat het vermijden.
Het verschil zit in de dosis en de begeleiding. Tien minuten samen lezen op het juiste niveau is beter dan dertig minuten alleen worstelen in een te moeilijk boek. Ons artikel over AVI-niveaus helpt bij het kiezen van dat niveau.
Acht leesgerichte STICORDI-maatregelen
STICORDI staat voor stimuleren, compenseren, remediëren en dispenseren. Voor lezen zijn dit de maatregelen die in Vlaamse scholen het vaakst worden afgesproken.
- Voorleessoftware. De computer leest de tekst voor terwijl je kind meeleest. Compenseert het decoderen zonder het begrip weg te nemen.
- Meer tijd bij toetsen. Meestal een kwart extra, zodat traag lezen niet als niet-kennen wordt gemeten.
- Toetsvragen voorlezen. Bij een toets over wereldoriëntatie meet je kennis, niet leessnelheid.
- Aangepaste lay-out. Groter lettertype, meer regelafstand, minder tekst per bladzijde.
- Een leesvenster of leeslat. Dekt de omliggende regels af zodat je kind de regel niet kwijtraakt.
- Niet onvoorbereid hardop laten lezen voor de klas. Wel met een stuk dat het vooraf mocht inoefenen.
- Luisterboeken naast leesboeken. Zo blijft de woordenschat groeien terwijl het technisch lezen apart geoefend wordt.
- Minder leesvolume, niet minder inhoud. Een kortere tekst met dezelfde leerstof in plaats van vier bladzijden.
Deze maatregelen zijn geen voordeel. Ze zorgen ervoor dat een toets meet wat ze wil meten. Meer over het bredere kader staat in ons artikel over spelling en dyslexie.
Wat je thuis wel en niet doet
Wel: blijven voorlezen, ook aan een kind van tien. Je bouwt er woordenschat en verhaalbegrip mee op, en het houdt lezen verbonden met plezier.
Wel: samen lezen in beurten. Jij een bladzijde, je kind een alinea. Dat houdt het tempo erin en haalt de druk weg.
Wel: boeken kiezen op interesse, niet op niveau. Een moeilijker boek over iets wat boeit, gaat vaak beter dan een makkelijk boek over niets.
Niet: laten voorlezen aan tafel als toetsmoment. Niet: verbeteren bij elk foutje — lees het woord gewoon juist voor en ga door. Niet: vergelijken met broers, zussen of klasgenoten.
De weg naar hulp
Vermoed je dyslexie, begin dan bij de leerkracht en de zorgleerkracht. Zij zien je kind dagelijks lezen en kunnen het vergelijken met leeftijdsgenoten.
De school schakelt indien nodig het CLB in voor onderzoek. Een logopedist kan aansluiten voor de begeleiding. Wij stellen geen diagnose, en dat kan een website ook niet.
Belangrijk: je hoeft niet op een diagnose te wachten om maatregelen te krijgen. Een school kan STICORDI-afspraken maken zodra ze vaststelt dat een kind ze nodig heeft.
De maatregelen in één oogopslag
| Maatregel | Waarvoor |
|---|---|
| voorleessoftware | decoderen overnemen |
| extra tijd | traag lezen niet bestraffen |
| vragen voorlezen | kennis meten, geen leessnelheid |
| grotere lay-out | regels niet kwijtraken |
| leesvenster | focus houden |
| voorbereid hardop lezen | zelfvertrouwen beschermen |
| luisterboeken | woordenschat laten groeien |
| minder volume | energie sparen voor de inhoud |
Veelgestelde vragen
Bronnen en verder lezen
- Vlaanderen.be — Hulp bij een leerprobleem of achterstand: de weg van signaal naar ondersteuning.
- Vlaanderen.be — Leersteun bij specifieke onderwijsbehoeften: welke leersteun mogelijk is.
- Vlaanderen.be — Het CLB: de rol van het CLB bij een vermoeden van dyslexie.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: september 2026.
Het decoderen hapert: letters omzetten in klanken gaat traag en kost veel energie, ook als het kind de letters kent. Daardoor blijft er weinig aandacht over voor de inhoud.
Omdat het begrip er wel is, maar niet door de eerste stap heen komt. Alle aandacht gaat naar het decoderen.
Gericht oefenen helpt, kort en dagelijks met het juiste materiaal. Meer vrij lezen opleggen werkt vaak averechts en doet kinderen lezen vermijden.
Onder meer voorleessoftware, extra tijd, toetsvragen die worden voorgelezen, een aangepaste lay-out, een leesvenster en luisterboeken naast leesboeken.
Nee. Een school kan afspraken maken zodra ze vaststelt dat een kind ze nodig heeft. Een diagnose maakt de afspraken wel steviger.
Bij de leerkracht en de zorgleerkracht. Zij schakelen indien nodig het CLB in, dat het onderzoek doet.
