Klokkijken oefenen: zo leert je kind stap voor stap de klok lezen

In het kort. Klokkijken bouwt op in vier stappen: hele uren, halve uren, kwartieren en ten slotte de minuut. Elke stap heeft zijn eigen valkuil, en in de meeste methodes ook ongeveer zijn eigen leerjaar. De grootste is de kleine wijzer: bij half drie staat die tussen de 2 en de 3, en toch zeg je drie.

Klokkijken staat bij leerkrachten bovenaan het lijstje van onderdelen die het langst duren, en het is ook het onderdeel waar ouders het vaakst bij helpen. Dat helpen loopt vaak mis omdat er te snel naar minuten wordt gesprongen. In dit artikel staat de volledige opbouw, met per stap een oefening en de fouten die bij de kleine wijzer ontstaan.

Op deze pagina

  1. De vier stappen en hun leerjaar
  2. Stap 1: hele uren
  3. Stap 2: halve uren
  4. Stap 3: kwartieren
  5. Stap 4: de minuut
  6. De fouten bij de kleine wijzer
  7. Veelgestelde vragen

De vier stappen en hun leerjaar

Een veelvoorkomende opbouw; controleer de methode van de school. Het leerjaar waarin een stap aan bod komt, verschilt.

StapWat je kind leertLeerjaarTypische oefening
1Hele uren1steWijs drie uur aan op de klok
2Halve uren2deZet de wijzers op half zes
3Kwartieren2de en 3deWat is kwart voor vier digitaal?
4Minuten3de en 4deHoe laat is het over twintig minuten?

De meeste methodes bouwen klokkijken ongeveer in deze volgorde op; het precieze leerjaar en het tempo verschillen per methode en per kind. Ga liever pas naar de volgende stap als de vorige vlot gaat: klokkijken is een van die onderwerpen waar te snel doorgaan alles vertraagt.

Reken op meer tijd dan je verwacht. Tussen de eerste hele uren en het vlot aflezen van elke minuut zitten meestal meerdere schooljaren.

Stap 1: hele uren

De grote wijzer staat op de 12, de kleine wijzer wijst het uur aan. Meer dan dat is er niet, en toch is dit de stap waarin de basis gelegd wordt.

Wat hier vooral telt: het onderscheid tussen de twee wijzers. Laat je kind ze benoemen als de korte en de lange, niet als de kleine en de grote, want kinderen kijken naar de dikte en niet naar de lengte. De korte wijst het uur, de lange de minuten.

Oefening. Zet zelf een uur en laat je kind het zeggen. Draai daarna om: jij zegt een uur, je kind zet de wijzers. Die tweede richting is moeilijker en wordt vaak overgeslagen.

Thuistip. Koppel hele uren aan het dagritme. Om zes uur eten we, om acht uur naar bed. Een klok die iets betekent, wordt sneller gelezen dan een klok op een werkblad.

Stap 2: halve uren

De lange wijzer staat op de 6, en nu begint het lastige werk. Bij half drie staat de korte wijzer niet op de 2 en niet op de 3, maar ertussen. En je zegt drie.

De regel die je kind nodig heeft: bij half noem je altijd het volgende uur. Half drie is halverwege naar drie toe, dus de dertig minuten die nog moeten komen. Dat is precies omgekeerd aan wat kinderen verwachten.

Deze stap is zo belangrijk dat hij een eigen artikel verdient; de volledige uitleg met oefenklok staat in hele en halve uren.

Oefening. Laat je kind bij elk half uur eerst hardop zeggen tussen welke twee cijfers de korte wijzer staat, en dan pas het uur noemen. Die tussenstap voorkomt de meeste fouten.

Stap 3: kwartieren

Nu komen kwart over en kwart voor erbij, en daarmee een tweede richting. Bij kwart over kijk je vooruit vanaf het vorige uur, bij kwart voor kijk je terug vanaf het volgende.

Maak eerst duidelijk waar het woord vandaan komt: een kwartier is een kwart van een uur, dus vijftien minuten. Dat verband met breuken is de moeite om te benoemen, want het maakt kwart over en kwart voor logisch in plaats van willekeurig.

Oefening. Werk met een klok waarop je de vier kwarten kleurt. Je kind ziet dan dat kwart over rechtsboven zit en kwart voor linksboven, en dat de korte wijzer bij kwart voor al bijna bij het volgende cijfer staat.

Valkuil. Kwart voor vier wordt kwart voor drie, omdat het kind naar het cijfer kijkt waar de korte wijzer het dichtst bij stond. Dezelfde fout als bij half, en dezelfde remedie: eerst benoemen tussen welke twee cijfers hij staat.

Stap 4: de minuut

De laatste stap is de zwaarste, want er komt een rekenslag bij: de lange wijzer wijst een cijfer aan, maar dat cijfer moet je maal vijf doen. De 4 betekent twintig minuten.

Kennis van de tafel van 5 helpt hier enorm bij het aflezen van de minuten. Hapert die nog, dan kan je kind aanvankelijk per vijf tellen of de minuutstreepjes gebruiken — en is het de moeite om die tafel er ondertussen bij te oefenen, zoals in de maaltafels van 2, 5 en 10.

Daarbij komt de Vlaamse manier van benoemen, die om half heen draait: tien voor half negen, vijf over half negen. Dat systeem is voor kinderen lastiger dan het digitale, en het is precies waar de koppeling met de digitale klok binnenkomt. Zie digitale klok lezen.

Oefening. Vraag naar tijdsverschillen in plaats van naar het uur. Hoe laat is het over twintig minuten? Hoelang duurt het nog tot vier uur? Dat is waar klokkijken uiteindelijk voor dient.

De fouten bij de kleine wijzer

Bijna alle klokfouten komen van de korte wijzer, en het zijn er drie.

Het verkeerde uur bij half en bij kwart voor. Het kind noemt het cijfer waar de wijzer het dichtst bij staat in plaats van het volgende. Remedie: altijd eerst zeggen tussen welke twee cijfers hij staat, en dan pas kiezen.

De twee wijzers verwisseld. Bij tien over twee leest een kind tien uur en tien. Zeker op een klok waar de wijzers weinig in lengte verschillen. Remedie: kies een oefenklok met een duidelijk kortere uurwijzer.

De korte wijzer wordt op een cijfer gezet. Bij het zelf instellen zet het kind de korte wijzer precies op de 3 bij half drie. Laat het zien dat de korte wijzer meebeweegt: hij staat om half drie halverwege tussen 2 en 3, en om kwart voor drie bijna helemaal bij de 3. Oefenreeksen vind je bij meten op Taalkrak.

Wat bij alle drie helpt: laat je kind zelf klokken instellen in plaats van alleen aflezen. Wie de wijzers moet plaatsen, moet begrijpen waar ze horen.

Veelgestelde vragen

Liever meteen oefenen? De les kloklezen tot op het kwartier voor het derde leerjaar staat gratis online: de uitleg en alle oefeningen, zonder account en zonder betaalgegevens.

In welk leerjaar leren kinderen klokkijken?

Hele uren in het eerste leerjaar, halve uren in het tweede, kwartieren in het tweede en derde, en de minuut in het derde en vierde.

Waarom zegt men half drie en niet half twee?

Omdat half drie halverwege naar drie toe betekent. Bij half noem je altijd het volgende uur, en dat is precies omgekeerd aan wat kinderen verwachten.

Waarom verwart mijn kind de wijzers?

Kinderen kijken naar de dikte in plaats van naar de lengte. Benoem ze als de korte en de lange wijzer en kies een klok waarop het verschil duidelijk is.

Moet mijn kind de tafel van 5 kennen voor de minuten?

Het helpt sterk: de lange wijzer wijst een cijfer aan dat je maal vijf doet. Zit die tafel nog niet, dan kan je kind per vijf tellen of de minuutstreepjes gebruiken, maar het gaat wel trager.

Hoelang duurt het voor klokkijken vlot gaat?

Meestal meerdere schooljaren, van de eerste hele uren tot het vlot aflezen van elke minuut. Het tempo verschilt sterk per kind en per methode.

Wat oefen je het best thuis?

Laat je kind zelf klokken instellen in plaats van alleen aflezen, en vraag naar tijdsverschillen: hoe laat is het over twintig minuten?