In het kort. Er zijn vijf leesstrategieën die in het Vlaamse lager onderwijs aangeleerd worden: voorspellen (waar zal dit over gaan?), verbinden (wat weet ik hier al over?), vragen stellen (wat vraag ik me af?), visualiseren (wat zie ik voor me?) en samenvatten (waar ging het over?). Ze werken alleen als je ze hardop voordoet.
Op deze pagina
- Waarom strategieën nodig zijn
- De vijf strategieën
- Wanneer gebruik je welke?
- Hardop denken: de manier om ze aan te leren
- De valkuil: strategieën als doel
- De vijf in één oogopslag
- Veelgestelde vragen
Goede lezers doen tijdens het lezen voortdurend iets wat je niet ziet: ze voorspellen, ze twijfelen, ze kijken terug, ze vatten samen. Zwakke lezers doen dat niet — niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat niemand het hen ooit liet zien.
Waarom strategieën nodig zijn
Begrijpen is geen passief proces. Je haalt betekenis uit een tekst door er actief iets mee te doen, en dat gebeurt in je hoofd, onzichtbaar.
Precies daarom moeten strategieën expliciet aangeleerd worden. Een kind kan niet afkijken wat het niet ziet gebeuren.
Belangrijke voorwaarde vooraf: het technisch lezen moet vlot genoeg zijn. Zolang het decoderen alle aandacht opeist, is er geen ruimte voor strategieën. Zie technisch lezen versus begrijpend lezen.
De vijf strategieën
| Strategie | Wat het is | Voorbeeldvraag |
|---|---|---|
| voorspellen | inschatten waar de tekst over gaat, vóór en tijdens het lezen | “Waar zal dit over gaan, denk je?” |
| verbinden | koppelen aan wat je al weet of meemaakte | “Wat weet jij hier al over?” |
| vragen stellen | tijdens het lezen vragen bedenken bij de tekst | “Wat vraag jij je nu af?” |
| visualiseren | een beeld maken bij wat je leest | “Wat zie je voor je?” |
| samenvatten | in eigen woorden zeggen waar het over ging | “Vertel eens in het kort.” |
Sommige methodes voegen er een zesde aan toe, zoals verduidelijken — stilstaan bij wat je niet begrijpt. Dat zit hier in vragen stellen vervat.
Wanneer gebruik je welke?
Vóór het lezen: voorspellen en verbinden. Kijk naar de titel, de prenten en de tussenkopjes. Wat gaat dit worden, en wat weet je er al over? Deze twee samen duren dertig seconden en verdubbelen vaak het begrip.
Tijdens het lezen: vragen stellen en visualiseren. Klopt dit nog? Wat vraag ik me af? Wat zie ik voor me? Dit is de stap die zwakke lezers overslaan: zij lezen door, ook als het niet meer klopt.
Na het lezen: samenvatten. In eigen woorden, niet letterlijk herhaald.
Die driedeling is voor kinderen het makkelijkst te onthouden: twee vooraf, twee tijdens, één achteraf.
Hardop denken: de manier om ze aan te leren
Dit is het enige stukje techniek dat je nodig hebt, en het werkt zowel thuis als in de klas.
- Jij leest voor en denkt hardop. “Hmm, de titel is ‘De lege kooi’. Ik denk dat er een dier ontsnapt is… oh, dat woord ken ik niet, maar het staat naast ‘traliewerk’, dus het zal iets met de kooi te maken hebben.”
- Doe het samen. Jij denkt hardop bij de ene alinea, je kind bij de volgende.
- Je kind doet het alleen, jij luistert en vraagt af en toe door.
Reken op weken, niet op dagen. En kies telkens één strategie om op te focussen in plaats van alle vijf tegelijk.
Voor jonge kinderen: begin met visualiseren. Dat is het concreetst en het leukst — laat ze desnoods tekenen wat ze voor zich zien.
De valkuil: strategieën als doel
Het risico van deze aanpak is dat de strategie belangrijker wordt dan de tekst. Kinderen die netjes kunnen benoemen dat ze aan het voorspellen zijn, maar niet weten waar het verhaal over ging.
Twee vuistregels houden dat in toom. De tekst staat centraal, niet de strategie: je gebruikt ze om iets te begrijpen, niet om ze te oefenen. En één strategie per keer volstaat ruimschoots.
En het belangrijkste: strategieën werken enkel bovenop voldoende woordenschat en voorkennis. Een kind dat een tekst over vulkanen leest zonder te weten wat een vulkaan is, komt er met voorspellen ook niet. Blijf daarom vooral veel lezen en voorlezen. Zie waarom begrijpend lezen belangrijk is.
Teksten met vragen per leerjaar vind je bij begrijpend lezen op Taalkrak.
De vijf in één oogopslag
| Wanneer | Strategie | Vraag |
|---|---|---|
| vóór | voorspellen | waar zal dit over gaan? |
| vóór | verbinden | wat weet ik hier al over? |
| tijdens | vragen stellen | wat vraag ik me af? |
| tijdens | visualiseren | wat zie ik voor me? |
| na | samenvatten | waar ging het over? |
Veelgestelde vragen
Vijf: voorspellen, verbinden met wat je al weet, vragen stellen tijdens het lezen, visualiseren en samenvatten in eigen woorden.
Voorspellen en verbinden vóór het lezen, vragen stellen en visualiseren tijdens het lezen, samenvatten achteraf.
Door hardop te denken terwijl je voorleest, zodat je kind ziet wat er in je hoofd gebeurt. Daarna samen, en pas dan alleen.
Met visualiseren bij jonge kinderen: dat is het concreetst. Laat ze desnoods tekenen wat ze voor zich zien.
Alleen bovenop voldoende woordenschat en voorkennis. Een kind dat niet weet wat een vulkaan is, komt er met voorspellen ook niet.
Nee. Eén strategie per keer volstaat, en de tekst blijft belangrijker dan de strategie.
