Letters leren kennen: in welke volgorde en hoe oefen je thuis?

In het kort. Scholen leren letters aan als klank, niet als letternaam: je zegt mmm, niet em. Dat is geen detail — met letternamen kan een kind woorden niet samenvoegen. De eerste letters zijn meestal m, a, s, i, k en r, omdat je daar meteen echte woordjes mee maakt.

Op deze pagina

  1. Letternaam of letterklank?
  2. In welke volgorde komen de letters?
  3. Hoe je thuis meeoefent zonder te verwarren
  4. Hoofdletters en schrijfletters
  5. Wat als een letter blijft hangen?
  6. Het verschil in één oogopslag
  7. Veelgestelde vragen

Je wil je kind helpen met de letters, dus je wijst er een aan en zegt: “Dat is een em.” Goed bedoeld, en toch net het tegenovergestelde van wat de school doet.

Letternaam of letterklank?

Elke letter heeft twee benamingen. De letternaam is hoe je hem noemt in het alfabet: em, es, ka, er. De letterklank is het geluid dat hij maakt in een woord: mmm, sss, k, rrr.

Voor het lezen heeft je kind alleen de klank nodig. Probeer maar eens maan samen te voegen uit em-aa-en: dat levert niets op. Uit mmm-aa-nnn komt vanzelf maan.

Daarom leren scholen in het eerste leerjaar consequent de klank aan. De letternamen komen later, wanneer ze nuttig worden — bijvoorbeeld om iets te spellen aan de telefoon.

Voor thuis is de regel dus eenvoudig: zeg altijd de klank, en rek hem gerust uit. Meer daarover in hakken en plakken.

In welke volgorde komen de letters?

Niet alfabetisch. Scholen kiezen eerst letters die aan twee voorwaarden voldoen: ze zijn klankzuiver — je hoort precies wat je schrijft — en je kunt er snel echte woordjes mee maken.

In de meeste Vlaamse methodes zijn de eerste letters m, a, s, i, k en r. Daarmee maak je al mis, mas, kar, ris, raam, maak. Na twee weken leest je kind dus echte woorden in plaats van losse tekens.

Daarna volgen de overige medeklinkers en klinkers, en pas later de combinaties: eu, ui, ij, ei, ou, au, ng, ch, sch. Die zijn moeilijker omdat verschillende tekens samen één klank vormen, zoals bij eu, ui en ng. Sch is een geval apart: daar hoor je twee klanken, /s/ en /ch/.

De precieze volgorde verschilt per methode. Vraag gerust aan de juf of meester welke letters op dit moment aan bod zijn — dat is waardevoller dan zelf vooruitlopen.

Hoe je thuis meeoefent zonder te verwarren

  1. Sluit aan bij de letters van de klas. Oefen gericht met wat al aangebracht is, want daar kan je kind meteen iets mee. Toont het belangstelling voor een andere letter, benoem die dan gerust, zonder er druk op te zetten.
  2. Zeg de klank, rek hem uit. Mmmmm, sssss, rrrrr. Bij letters die je niet kunt aanhouden, zoals de k of de t, zeg je hem kort en droog: k, niet kuh.
  3. Zoek letters in het wild. Op verkeersborden, verpakkingen, winkelramen. “Zie jij ergens een m?” Vijf minuten, overal, zonder materiaal.
  4. Schrijf ze groot. In het zand, op een beslagen raam, met krijt op de stoep. De grote beweging helpt de vorm onthouden.
  5. Koppel letter en klank in beide richtingen. Jij wijst de letter aan, je kind zegt de klank. En omgekeerd: jij zegt de klank, je kind wijst de letter aan.

Die laatste oefening lijkt triviaal maar is de kern van wat leerkrachten klank-tekenkoppeling noemen.

Hoofdletters en schrijfletters

Kinderen komen thuis vaak eerst in aanraking met blokletters en hoofdletters, want die staan op verpakkingen en speelgoed. Op school starten ze meestal met kleine letters, omdat die in teksten het vaakst voorkomen.

Dat is geen probleem. Een kind leert al snel dat de A en de a hetzelfde zijn. Wijs het gerust aan wanneer je het tegenkomt, zonder er een les van te maken.

Het verbonden schrijfschrift komt apart aan bod en hoeft thuis niet geoefend te worden. Voor de motoriek daarachter: schrijfmotoriek in het eerste leerjaar.

Wat als een letter blijft hangen?

Bijna elk kind heeft twee of drie letters die langer duren. Vaak zijn dat de visueel gelijkende paren: b en d, p en q, m en n.

Oefen die paren niet samen. Neem er één, zorg dat die stevig zit, en breng de andere pas weken later in. Samen aanbieden versterkt net de verwarring.

Verwisselen tot ongeveer het midden van het eerste leerjaar is normaal. Blijft het daarna aanhouden, of blijven de aangeleerde letters rond de kerstvakantie niet hangen, bespreek dat dan met de juf of meester. Zie leesproblemen herkennen.

Oefenmateriaal voor het 1ste leerjaar vind je bij lezen op Taalkrak.

Het verschil in één oogopslag

LetternaamLetterklank
Voorbeeldem, es, kammm, sss, k
Waarvoorspellen aan de telefoonlezen en schrijven
Wanneerlater in het lager onderwijsvanaf dag één
Thuis gebruiken?neeja, altijd

Veelgestelde vragen

Meteen zelf proberen? De les de letter s voor het eerste leerjaar staat gratis online: de uitleg en alle oefeningen, zonder account en zonder betaalgegevens.

Zeg je de letternaam of de letterklank?

De letterklank. Zeg mmm, niet em. Met letternamen kan een kind maan niet samenvoegen tot een woord.

Welke letters leert een kind als eerste?

In de meeste Vlaamse methodes m, a, s, i, k en r, omdat je daar meteen echte woordjes mee kunt maken.

Waarom leert de school de letters niet alfabetisch?

Omdat het alfabet geen bruikbare woorden oplevert. De volgorde wordt gekozen op klankzuiverheid en op wat je er meteen mee kunt lezen.

Mag ik thuis letters aanleren die nog niet aan bod kwamen?

Sluit bij gericht oefenen aan bij de schoolaanpak: daar kan je kind meteen iets mee. Vraagt het zelf naar een andere letter, benoem die dan gerust zonder er een les van te maken.

Mijn kind verwisselt b en d. Is dat erg?

Tot ongeveer het midden van het eerste leerjaar is dat normaal. Oefen de twee letters niet samen maar ver uit elkaar in de tijd.

Hoe zeg je een letter die je niet kunt aanhouden?

Kort en droog: k, t, p. Niet kuh of tuh, want die extra klank maakt het samenvoegen moeilijker.