In het kort. Preteaching is het kort vooraf inoefenen van een stukje leerstof, vóór de klassikale les erover start. Het verschilt van remediëren doordat het vóór de les gebeurt in plaats van erna: de leerling komt de klas binnen met voorkennis in plaats van met achterstand. Een sessie van tien tot vijftien minuten volstaat meestal, opgebouwd rond kernwoorden, één voorbeeld, actief oefenen en een vooruitblik op de les. Het werkt vooral bij leerlingen die trager verwerken, weinig voorkennis hebben of een smallere woordenschat.
De meeste ondersteuning in een klas komt achteraf: een leerling begrijpt de les niet, en daarna wordt er hersteld. Dat werkt, maar het heeft een prijs. De leerling heeft het gevoel telkens achterop te lopen, en de extra tijd gaat naar inhalen in plaats van naar meedoen.
Preteaching draait dat om. Wie de kernwoorden en één voorbeeld al kent wanneer de les begint, volgt de klassikale uitleg beter, durft de vinger op te steken, en heeft achteraf minder herstel nodig. Hieronder lees je wat het precies is, hoe je zo’n sessie opbouwt en voor wie het zin heeft.
Op deze pagina
- Wat is preteaching?
- De opbouw in vier stappen
- Voorbeeld: woordenschat bij begrijpend lezen
- Voorbeeld: een nieuwe bewerking in de klas
- Voor wie werkt het en voor wie niet?
Wat is preteaching?
Preteaching is het vooraf aanbieden van een klein, goed gekozen deel van de leerstof aan leerlingen die anders tijdens de klassikale les zouden afhaken. Het doel is niet om de les te vervangen, maar om de leerling met genoeg voorkennis aan die les te laten beginnen zodat hij of zij echt kan meedoen.
Het verschil met remediëren zit volledig in het moment. Remediëren herstelt wat misliep; preteaching voorkomt dat het misloopt. En het verschil met vooruitwerken is het doel: bij preteaching leer je niet meer, je leert hetzelfde iets vroeger, zodat de klassikale les de tweede keer is dat je het hoort in plaats van de eerste.
Praktisch gebeurt het meestal door de zorgleerkracht of tijdens een zelfstandig werkmoment, in kleine groepjes van twee tot vier leerlingen. Ook thuis kan het — mits de school laat weten wat er de komende dagen aan bod komt.
De opbouw in vier stappen
Een preteachingsessie hoort kort te zijn. Vijftien minuten, verdeeld over vier stappen, is een werkbaar format.
- Kernwoorden benoemen (3 minuten). Welke drie tot vijf woorden of begrippen komen straks terug? Zeg ze, laat ze zeggen, koppel er een beeld of een voorwerp aan. Niet uitleggen in volzinnen, wel concreet maken.
- Eén voorbeeld voordoen (4 minuten). Denk hardop terwijl je één oefening of één tekstfragment doorloopt. De leerling kijkt en luistert, hoeft nog niets te doen.
- Samen actief oefenen (6 minuten). De leerling doet het nu zelf, met jouw steun, aan twee of drie voorbeelden. Dit is het belangrijkste deel: passief meeluisteren levert weinig op, zelf doen wel.
- Vooruitblik (2 minuten). “Straks in de klas gaat de juf hierover praten. Dan weet jij al wat X betekent.” Dat laatste zinnetje is geen franje: het geeft de leerling een reden om straks op te letten en de moed om iets te zeggen.
Timing telt. De sessie werkt het best diezelfde voormiddag of de dag ervoor. Drie dagen op voorhand is meestal te vroeg, want dan is de voorkennis alweer weggezakt.
Voorbeeld: woordenschat bij begrijpend lezen
De klas leest morgen een tekst over een sluis. In de tekst staan de woorden sluis, waterpeil, schutten en vaargeul. Voor een leerling met een beperkte woordenschat is dat een tekst met vier gaten — en met vier gaten begrijp je het geheel niet, hoe goed je ook technisch leest.
In de preteachingsessie toon je een tekening of een filmpje van een sluis, benoem je de vier woorden, laat je de leerling ze zelf gebruiken in een zin, en lees je samen één alinea uit de tekst. Morgen in de klas is die tekst geen onbekend terrein meer. Meer over die aanpak vind je bij de oefeningen begrijpend lezen en woordenschat.
Voorbeeld: een nieuwe bewerking in de klas
Morgen start het cijferend aftrekken met lenen in het derde leerjaar. Een leerling die de splitsingen tot 20 nog niet volledig geautomatiseerd heeft, verdrinkt in stap één van de uitleg.
In de sessie herhaal je eerst kort de splitsingen die straks nodig zijn, leg je met concreet materiaal één keer uit wat “lenen” betekent — een tiental omwisselen voor tien eenheden — en doe je samen twee oefeningen met dat materiaal. De leerling komt de klas binnen met het beeld al in het hoofd. De klassikale uitleg is dan bevestiging in plaats van eerste kennismaking. Voor het onderhouden van die basisautomatismen werken korte dagelijkse reeksen, bijvoorbeeld via oefeningen rond bewerkingen.
Voor wie werkt het en voor wie niet?
Preteaching heeft het meeste effect bij leerlingen die trager verwerken, die weinig voorkennis of een smalle woordenschat meebrengen, bij anderstalige nieuwkomers, en bij leerlingen met concentratie- of aandachtsproblemen die tijdens een lange klassikale uitleg afhaken. Ook bij faalangstige leerlingen is de winst groot, en dan vooral op durven: wie het antwoord al weet, steekt zijn vinger op.
Het is geen oplossing wanneer een leerling een fundamenteel hiaat heeft in de basis — wie de maaltafels niet kent, heeft geen preteaching over delingen nodig maar oefening in de maaltafels. Het werkt ook slecht als het tijdrovend of dagelijks wordt: dan wordt het een tweede lesprogramma en verdwijnt het voordeel. Kies dus bewust één of twee lessen per week die er echt toe doen.
Een laatste bedenking voor leerkrachten: de winst zit er ook in dat je tijdens de klassikale les een leerling minder moet opvangen. Vijftien minuten vooraf sparen vaak meer dan vijftien minuten achteraf uit.
In één oogopslag
| Stap | Duur | Wat gebeurt er | Valkuil |
|---|---|---|---|
| Kernwoorden | 3 min | 3 tot 5 begrippen concreet maken | Te veel woorden tegelijk |
| Voordoen | 4 min | Hardop denkend één voorbeeld tonen | Meteen laten oefenen |
| Samen oefenen | 6 min | Leerling doet 2 of 3 voorbeelden zelf | Passief laten meeluisteren |
| Vooruitblik | 2 min | Koppelen aan de les die straks komt | Deze stap overslaan |
Tot slot
Preteaching is een van de goedkoopste ingrepen in een klas: een kwartier, een klein groepje, en een bewust gekozen les. Het verandert de positie van een leerling van iemand die achteraf iets moet inhalen naar iemand die vooraan mee kan doen. Dat verschil in beleving is minstens even waardevol als de leerwinst zelf.
Preteaching is het kort vooraf inoefenen van een deel van de leerstof, vóór de klassikale les erover start. De leerling komt zo met voorkennis de les binnen en kan echt meedoen, in plaats van achteraf te moeten inhalen wat hij of zij niet begreep.
Het moment. Remediëren herstelt achteraf wat misliep tijdens de les. Preteaching gebeurt ervoor en probeert te voorkomen dat het misloopt. Vaak zijn dezelfde leerlingen gebaat bij beide, maar preteaching is minder belastend voor het zelfvertrouwen.
Tien tot vijftien minuten volstaat meestal: enkele minuten voor de kernwoorden, een voorbeeld dat je hardop denkend voordoet, samen actief oefenen en een korte vooruitblik op de les. Langer maakt het een tweede lesprogramma en dat is niet de bedoeling.
Vooral voor leerlingen die trager verwerken, weinig voorkennis of een smalle woordenschat hebben, anderstalige nieuwkomers, leerlingen met aandachtsproblemen en faalangstige leerlingen. Bij een fundamenteel hiaat in de basis is gerichte oefening zinvoller.
Ja, als je weet wat er de komende dagen aan bod komt. Vraag de leerkracht welk thema of welke bewerking eraan komt en overloop thuis kort de kernwoorden of één voorbeeld. Doe dat liefst de dag ervoor, niet dagen op voorhand.
Dezelfde voormiddag of de dag voor de les. Verder op voorhand werkt minder goed, omdat de voorkennis dan alweer wegzakt. Kies ook bewust één of twee lessen per week uit in plaats van het dagelijks te doen.
