Waarom heeft mijn kind moeite met begrijpend lezen?

In het kort. Moeite met begrijpend lezen heeft bijna altijd één van vier oorzaken: het technisch lezen kost nog te veel moeite, de woordenschat schiet tekort, er ontbreekt voorkennis over het onderwerp, of het kind kent geen leesstrategieën. Zoek eerst welke van de vier het is, want elke oorzaak vraagt een andere aanpak.

Je kind leest de tekst netjes voor en heeft daarna geen idee waar het over ging. Of het vult de vragen in, met de helft fout, en jij ziet dat de antwoorden gewoon uit de eerste zin komen die op de vraag lijkt. Herkenbaar en vervelend. Het goede nieuws is dat er meestal één aanwijsbare oorzaak is. In dit artikel loop je ze met vier korte tests na.

Op deze pagina

  1. Vier oorzaken, vier tests
  2. Oorzaak 1: het lezen kost nog te veel moeite
  3. Oorzaak 2: te weinig woorden
  4. Oorzaak 3: te weinig voorkennis
  5. Oorzaak 4: geen strategie
  6. Wanneer het meer is
  7. In één oogopslag
  8. Veelgestelde vragen

Vier oorzaken, vier tests

Voor je gaat oefenen, is het de moeite om na te gaan waar het aan ligt. Oefenen op de verkeerde oorzaak levert vooral frustratie op. Deze vier tests kosten samen een halfuur en geven meestal uitsluitsel.

TestWat je doetWijst op
Hardop lezenLaat je kind een halve bladzijde hardop lezenTechnisch lezen
Woorden tellenTel de onbekende woorden in honderd woorden tekstWoordenschat
Voorlezen en navragenLees dezelfde tekst zelf voor en stel de vragenVoorkennis of strategie
Waar staat dat?Vraag bij elk antwoord de zin aan te wijzenStrategie

De derde test is de scherpste. Begrijpt je kind de tekst wél wanneer jij hem voorleest, dan ligt het niet aan het begrip maar aan het lezen zelf. Begrijpt het de tekst ook dan niet, dan zit het probleem bij de woorden, de voorkennis of de aanpak.

Oorzaak 1: het lezen kost nog te veel moeite

Dit is veruit de meest voorkomende oorzaak in het tweede, derde en vierde leerjaar, en ze wordt het vaakst over het hoofd gezien.

Zolang een kind aandacht moet besteden aan het ontcijferen van woorden, blijft er te weinig werkgeheugen over om na te denken over de inhoud. Het leest een zin correct voor en weet daarna niet meer wat er stond. Dat is geen onoplettendheid: alle aandacht ging naar de woorden.

Waaraan je het herkent: spellend of hakkelend lezen, woorden raden op basis van de eerste letters, vaak teruggaan in de zin, of een leestempo dat duidelijk trager is dan dat van klasgenoten.

Wat helpt: leeskilometers en herhaald lezen. Dagelijks een kwartier lezen op een niveau dat vlot gaat, en dezelfde korte tekst drie keer lezen tot hij vloeiend klinkt. Niet moeilijker maken maar vlotter. Het begrip volgt daarna vanzelf een stuk.

Oorzaak 2: te weinig woorden

De tweede oorzaak, en de belangrijkste vanaf het vierde leerjaar.

Uit leesonderzoek komt telkens dezelfde vuistregel: een kind begrijpt een tekst zelfstandig als het ongeveer 98 procent van de woorden kent. Bij 95 procent lukt het nog met uitleg erbij. Daaronder valt het begrip weg, hoe goed het kind ook leest.

Zet dat even om: bij 95 procent kent een kind negentien van elke twintig woorden. Dat klinkt als bijna alles, maar het betekent één onbekend woord per zin van twintig woorden.

Waaraan je het herkent: laat je kind honderd woorden lezen en tel de woorden die het niet kent. Meer dan vijf en de tekst is niet geschikt om zelfstandig te lezen.

Wat helpt: woorden uit de tekst zelf aanpakken in plaats van uit een lijst. Kies er drie tot vijf per tekst, bespreek ze kort vóór het lezen, en gebruik ze die week nog twee keer in een gewoon gesprek. Mik daarbij op schooltaalwoorden: bijgevolg, toename, doorgaans, oorzaak, vergelijken. Die staan zelden in spreektaal en voortdurend in teksten en toetsvragen.

Oorzaak 3: te weinig voorkennis

Begrijpen is verbinden. Een nieuwe zin krijgt pas betekenis als een kind hem kan koppelen aan iets wat het al weet. Ontbreekt dat, dan blijven de woorden los zand.

Daarom is leesbegrip geen vast cijfer maar iets wat schommelt met het onderwerp. Een kind dat alles weet over voetbal, begrijpt een moeilijke tekst over de Champions League beter dan een technisch sterkere lezer die niets van voetbal weet.

Waaraan je het herkent: wisselende resultaten op begrijpend lezen zonder duidelijke lijn, en teksten over onbekende onderwerpen die veel zwaarder vallen dan verwacht.

Wat helpt: vóór het lezen twee minuten vragen wat je kind al over het onderwerp weet en waar het aan doet denken. En thematisch lezen: drie teksten over hetzelfde onderwerp na elkaar bouwen kennis op waardoor de derde tekst plots vlot gaat. Losse teksten over losse onderwerpen doen dat niet.

Oorzaak 4: geen strategie

Goede lezers doen tijdens het lezen voortdurend dingen die je niet ziet: ze kijken eerst naar de titel, ze merken wanneer ze de draad kwijt zijn, ze lezen een moeilijke zin opnieuw. Zwakkere lezers doen dat niet, en niet omdat ze het niet kunnen: ze weten niet dat het hoort.

Waaraan je het herkent: je kind leest van de eerste tot de laatste zin door zonder ooit terug te kijken, en kan bij een antwoord niet aanwijzen waar in de tekst het staat.

Wat helpt: het onzichtbare zichtbaar maken. Doe het zelf hardop voor: lees een alinea en zeg luidop wat er in je hoofd gebeurt, ook wanneer je iets niet snapt. “Hm, ik weet niet goed wat hier bedoeld wordt, ik lees de vorige zin nog eens.” Dat hardop denken is de meest effectieve manier om leesstrategieën over te dragen, en het kost je niets.

Voeg daarnaast één gewoonte toe die op zichzelf al veel doet: vraag bij elk antwoord “waar staat dat?” en laat je kind de zin aanwijzen. Dat is het verschil tussen weten en gokken.

Wanneer het meer is

De meeste leesproblemen zijn een kwestie van de juiste bouwsteen oefenen. Er zijn situaties waarin je het best de school betrekt.

  • Het technisch lezen blijft na het tweede leerjaar moeizaam ondanks regelmatig oefenen. Bespreek dit met de juf of meester en de zorgleerkracht. Dit kan wijzen op dyslexie; in Vlaanderen loopt dat traject via de school, het CLB en meestal een logopedist.
  • Er zijn ook moeilijkheden met luisteren of spreken. Dan gaat het mogelijk om een breder taalprobleem en is het CLB de juiste weg.
  • Je kind vermijdt lezen of raakt overstuur bij leestaken. Leesplezier is geen bijzaak: wie niet leest, komt geen woorden meer tegen, en dan groeit de achterstand vanzelf.
  • Er verandert niets na enkele maanden gerichte oefening op de juiste oorzaak.

Dat gesprek met de school is een gewone stap. In het zorgcontinuüm begint alles bij de brede basiszorg in de klas; het CLB komt pas in beeld wanneer dat niet volstaat.

In één oogopslag

OorzaakHerken je aanWat helpt
Technisch lezenSpellend of radend lezen, traag tempoLeeskilometers en herhaald lezen
WoordenschatMeer dan 5 onbekende woorden per 1003 tot 5 schooltaalwoorden per tekst
VoorkennisWisselende resultaten per onderwerpVoorkennis ophalen, thematisch lezen
StrategieKan niet aanwijzen waar het antwoord staatHardop voordoen; altijd vragen waar het staat

Zoek eerst de oorzaak, oefen dan gericht. Dat is efficiënter dan meer oefenbladen, want een oefenblad meet het resultaat en verbetert geen van de vier bouwstenen.

Veelgestelde vragen

Waarom heeft mijn kind moeite met begrijpend lezen?

Meestal door één van vier oorzaken: het technisch lezen kost nog te veel moeite, de woordenschat schiet tekort, er ontbreekt voorkennis over het onderwerp, of het kind kent geen leesstrategieën. Elke oorzaak vraagt een andere aanpak.

Mijn kind leest vlot maar begrijpt niets. Hoe kan dat?

Vlot lezen en begrijpen zijn twee verschillende vaardigheden. Kijk eerst naar de woordenschat: laat je kind honderd woorden lezen en tel de onbekende woorden. Meer dan vijf en de tekst is te moeilijk.

Hoe weet ik of het aan het lezen of aan het begrip ligt?

Lees dezelfde tekst zelf voor en stel dan de vragen. Begrijpt je kind de tekst wél wanneer jij voorleest, dan ligt het aan het technisch lezen en niet aan het begrip.

Waarom scoort mijn kind de ene keer goed en de andere keer slecht?

Omdat leesbegrip onderwerpafhankelijk is. Over een vertrouwd onderwerp leest een kind merkbaar beter. Voorkennis ophalen vóór het lezen helpt daarbij.

Helpen extra oefenbladen begrijpend lezen?

Ze meten vooral of een kind iets begrepen heeft en leren weinig aan. Een gesprek van twee minuten over de antwoorden, met de vraag waar het in de tekst staat, doet meer dan tien ingevulde vragen.

Wanneer moet ik me zorgen maken?

Wanneer het technisch lezen na het tweede leerjaar moeizaam blijft, wanneer er ook moeilijkheden zijn met luisteren of spreken, of wanneer je kind lezen vermijdt. Bespreek het dan met de juf of meester en de zorgleerkracht.

Lees eerst wat begrijpend lezen precies is, en ga daarna verder met tien tips die thuis echt werken, de vijf leesstrategieën en de samenhang tussen woordenschat en leesbegrip. Oefenreeksen per leerjaar vind je op de pagina lezen.