Meerstapsvraagstukken: hoe leer je een kind tussenstappen zien?

In het kort. In een meerstapsvraagstuk staat het getal dat je nodig hebt er niet. Je vindt de verborgen tussenvraag door te beginnen bij de eindvraag: schrijf op wat je daarvoor nodig hebt, kijk wat er al staat, en wat ontbreekt is je tussenvraag. Los die eerst op en noteer het tussenantwoord met de eenheid erbij.

Meerstapsvraagstukken zijn de plek waar kinderen die verder vlot rekenen, ineens vastlopen. Ze lezen de vraag, zoeken de getallen, en komen er dan achter dat er iets ontbreekt. Wat volgt is meestal een gok met de getallen die er wel staan.

Hieronder lees je hoe je die verborgen vraag systematisch opspoort, waarom tussenantwoorden op papier horen en hoe je opbouwt van een naar drie stappen.

Op deze pagina

  1. Wat is een meerstapsvraagstuk?
  2. De tussenvraag vinden in vier stappen
  3. Waarom tussenantwoorden op papier horen
  4. Opbouwen van één naar drie stappen
  5. Oefenen en signalen

Wat is een meerstapsvraagstuk?

Bij een vraagstuk met een stap staan alle gegevens klaar en hoef je alleen de juiste bewerking te kiezen. Bij een meerstapsvraagstuk ontbreekt er een getal dat je nodig hebt, en dat getal moet je eerst zelf uitrekenen uit de gegevens die er wel staan.

Mama koopt 4 boeken van 12 euro. Aan de kassa krijgt ze 5 euro korting. Ze betaalt met een briefje van 50 euro. Hoeveel krijgt ze terug?

De eindvraag gaat over wisselgeld, dus je hebt het bedrag nodig dat mama betaalt. Dat bedrag staat nergens. Eerst 4 keer 12 is 48, dan 48 min 5 is 43, en pas dan 50 min 43 is 7 euro. Drie stappen, waarvan er twee nergens gevraagd worden.

De tussenvraag vinden in vier stappen

Deze werkwijze begint bewust achteraan, bij de vraag, en niet vooraan bij de getallen. Dat is precies de omkering die kinderen niet vanzelf maken.

  1. Onderstreep de eindvraag en schrijf op wat je daarvoor nodig hebt. Bij wisselgeld heb je twee dingen nodig: wat er betaald werd en wat het kostte.
  2. Kijk welk van die gegevens er al staat. Het briefje van 50 euro staat er. De totale prijs niet.
  3. Wat ontbreekt, is je tussenvraag. Formuleer ze als een volledige vraag: hoeveel kosten de boeken samen na de korting?
  4. Los de tussenvraag eerst op, schrijf het tussenantwoord op met de eenheid erbij, en beantwoord dan pas de eindvraag.

Bij stap 3 helpt het om de tussenvraag echt op te schrijven, niet alleen te denken. Een kind dat de tussenvraag in een volledige zin kan formuleren, heeft het vraagstuk al zo goed als opgelost.

Waarom tussenantwoorden op papier horen

  • Ze verdwijnen uit het hoofd. Terwijl je kind de tweede bewerking maakt, moet het de uitkomst van de eerste onthouden. Dat is precies de aandacht die het bij het rekenen nodig heeft.
  • Je ziet waar het misliep. Staat 48 er en klopt het daarna niet meer, dan lag het niet aan de eerste stap.
  • Ze maken de eenheid zichtbaar. 48 euro is iets anders dan 48 boeken, en dat verschil voorkomt de verkeerde volgende bewerking.
  • Ze helpen bij het controleren. Met de tussenantwoorden erbij kan je kind achteraf de hele redenering overlopen.
  • Ze tellen mee op school. Bij de meeste toetsen krijgt een kind punten voor een juiste werkwijze, ook als er een rekenfout in zit.

Een praktische afspraak die goed werkt: onder elkaar schrijven, met achter elk tussenantwoord in twee of drie woorden waar het over gaat. Dus 48 euro prijs boeken, 43 euro na korting, 7 euro terug.

Opbouwen van één naar drie stappen

Loopt het vast, dan is de snelste weg vooruit niet meer oefenen op meerstapsvraagstukken, maar hetzelfde vraagstuk opknippen. Je bouwt daarna geleidelijk terug op.

FaseWat je aanbiedt
1Het vraagstuk met de tussenvraag er letterlijk bij vermeld als eerste vraag.
2Het vraagstuk met de tussenvraag ernaast, maar niet ingevuld. Je kind kiest zelf de bewerking.
3Het vraagstuk zonder tussenvraag, met de afspraak dat je kind eerst opschrijft wat het nodig heeft.
4Het vraagstuk zoals het op de toets staat, met drie stappen.

Blijf per fase een week of twee, en ga pas verder als je kind de vorige fase zelfstandig rondkrijgt. Het volledige stappenplan voor vraagstukken, waar deze werkwijze op voortbouwt, staat in ons artikel over vraagstukken oplossen.

Oefenen en signalen

Twee signalen verraden dat het aan de tussenstap ligt en niet aan het rekenen. Het eerste: je kind rekent met de getallen die er staan en negeert dat er iets ontbreekt. Het tweede: het geeft het tussenantwoord als eindantwoord, dus 48 euro in plaats van 7 euro.

Dat tweede signaal is eigenlijk goed nieuws: het denken klopte, alleen werd er te vroeg gestopt. Laat je kind in dat geval het antwoord naast de onderstreepte eindvraag leggen en hardop lezen. Meestal ziet het de mismatch meteen.

Een oefening die weinig voorbereiding vraagt: neem een gewoon vraagstuk uit het huiswerk en haal er zelf een gegeven uit dat je kind moet uitrekenen. Zo maak je van elke opgave een meerstapsvraagstuk. Welke types in welk leerjaar aan bod komen, lees je in ons artikel over vraagstukken in het derde leerjaar, en oefeningen staan op onze pagina met vraagstukken.

In één oogopslag

StapWat je kind doet
1de eindvraag onderstrepen en opschrijven wat ze nodig heeft
2nakijken welke van die gegevens er al staan
3het ontbrekende als volledige tussenvraag formuleren
4de tussenvraag oplossen, met eenheid noteren, dan pas antwoorden

Tot slot

De sprong naar meerstapsvraagstukken gaat niet over moeilijker rekenen, maar over achteraan beginnen. Wie leert vragen wat heb ik hiervoor nodig, vindt de verborgen stap vanzelf. Neem bij het volgende huiswerk een opgave en haal er zelf een getal uit: je kind moet het dan eerst uitrekenen, en dat is de hele oefening.

Wat is een meerstapsvraagstuk?

Een vraagstuk waarbij een getal dat je nodig hebt niet gegeven is. Je moet dat getal eerst zelf uitrekenen uit de andere gegevens, voor je de eigenlijke vraag kunt beantwoorden.

Hoe vind je de verborgen tussenvraag?

Begin bij de eindvraag en schrijf op wat je daarvoor nodig hebt. Kijk welke van die gegevens er al staan. Wat ontbreekt, is je tussenvraag. Formuleer ze als een volledige vraag en los ze eerst op.

Waarom moet mijn kind tussenantwoorden opschrijven?

Omdat ze anders uit het hoofd verdwijnen tijdens de volgende bewerking. Bovendien maken ze de eenheid zichtbaar, helpen ze bij het controleren en leveren ze op school vaak punten op voor de werkwijze.

Mijn kind geeft het tussenantwoord als eindantwoord, wat nu?

Dat betekent meestal dat het denken klopte maar dat er te vroeg gestopt werd. Laat het antwoord naast de onderstreepte eindvraag leggen en hardop lezen, dan ziet je kind het verschil zelf.

Hoe bouw je meerstapsvraagstukken op?

In fasen: eerst met de tussenvraag er letterlijk bij, dan met de tussenvraag ernaast maar niet ingevuld, daarna zonder tussenvraag en ten slotte met drie stappen. Blijf per fase een week of twee.

Hoe maak je thuis een meerstapsvraagstuk?

Neem een gewoon vraagstuk en haal er zelf een gegeven uit dat je kind uit de andere gegevens kan afleiden. Zo wordt elke opgave er een met een tussenstap.