ADHD in de klas: praktische aanpak voor het lager onderwijs

In het kort. Leerlingen met ADHD hebben vooral baat bij structuur die zichtbaar is: korte blokken met een duidelijk begin en einde, één opdracht tegelijk op de bank, en beweging tussen de blokken door. Een lange taal- of rekentaak deel je op in stukken van ongeveer tien minuten, met een kort controlemoment na elk stuk.

In de klas zie je het zelden als één beeld. De ene leerling is onrustig en beweegt voortdurend, de andere zit stil en is er met het hoofd niet bij. Wat ze gemeen hebben, is dat de aandacht moeilijk vast te houden is bij taken die lang duren en weinig structuur hebben.

Dit artikel gaat over wat je als leerkracht in de klas kunt doen. Voor diagnose en begeleiding zijn het CLB en een arts de aangewezen weg; hier gaat het over werkvormen en taakopbouw.

Op deze pagina

  1. Wat je in de klas ziet
  2. Klasafspraken en omgeving
  3. Een lange taak opdelen in vijf stappen
  4. Werkvormen bij taal en rekenen
  5. Samenwerken met ouders en CLB

Wat je in de klas ziet

  • Starten duurt lang. De opdracht is gegeven, iedereen werkt, en deze leerling is nog bezig met het etui.
  • De taak valt stil halverwege. De eerste vijf oefeningen zijn verzorgd, de laatste vijf slordig of leeg.
  • Instructie komt half binnen. Het eerste deel is gehoord, de rest niet, zeker bij een opdracht met meerdere stappen.
  • Materiaal raakt kwijt of ligt door elkaar, en dat kost telkens opnieuw tijd.
  • Impulsief antwoorden, of beginnen voor de instructie klaar is.

Wat je daarbij niet ziet, is de inspanning die het kost om wel bij de les te blijven. Voor leerlingen die de hele dag tegen hun aandacht duwen, is de late namiddag doorgaans het zwaarste moment van de dag.

Klasafspraken en omgeving

  1. Een vaste plaats met weinig prikkels, bij voorkeur binnen bereik van de leerkracht. Niet apart gezet, wel dichtbij.
  2. Een leeg werkblad. Alleen wat nodig is voor deze opdracht ligt op de bank. De rest gaat in de lade.
  3. Eén stil signaal afspreken om de aandacht terug te halen, bijvoorbeeld een tik op de bank. Dat werkt beter dan een naam roepen.
  4. Beweging inbouwen met een functie: papieren uitdelen, iets halen, het bord uitvegen. Dat is geen beloning maar een werkvorm.
  5. Een zichtbare tijdsaanduiding, zoals een zandloper of een timer op het bord. Zo weet iedereen hoelang dit blok duurt.
  6. Voorspelbare overgangen. Kondig aan wat er straks komt, en geef een minuut vooraf een waarschuwing.

Die laatste twee kosten niets en helpen de hele klasgroep, wat meteen het voordeel is: het zijn geen uitzonderingen voor één leerling.

Een lange taak opdelen in vijf stappen

Dit werkt bij een blad rekenoefeningen, bij een leestaak of bij een schrijfopdracht. Het uitgangspunt is telkens hetzelfde: maak elk stuk kort genoeg om het af te maken.

  1. Bepaal het eindpunt en maak het zichtbaar. Schrijf op het bord of op het blad wat er klaar moet zijn. Vaag geformuleerde taken blijven hangen.
  2. Knip de taak in blokken van ongeveer tien minuten, met een duidelijk begin en einde. Nummer ze, zodat de volgorde vastligt.
  3. Geef één blok tegelijk, fysiek. Leg de rest omgekeerd of in de lade. Een stapel van drie bladen ontmoedigt, één blad niet.
  4. Zet een bewegingsmoment tussen de blokken. Rechtstaan, iets halen, even naar achteren lopen. Dertig seconden volstaat.
  5. Kijk kort na per blok. Een blik en een teken zijn genoeg. Zo blijft een fout beperkt tot één blok in plaats van het hele blad.

Stap 5 wordt vaak overgeslagen uit tijdsgebrek en levert net het meeste op. Een leerling die na tien minuten hoort dat het klopt, begint met vertrouwen aan het volgende stuk.

Werkvormen bij taal en rekenen

VakWat werkt
Technisch lezenkorte leesbeurten van twee tot drie minuten, om beurten, in plaats van één lange beurt
Begrijpend lezende tekst in stukken met een vraag per stuk, in plaats van alle vragen achteraf
Spellingkleine woordpakketten, meerdere korte momenten per week in plaats van één lang oefenmoment
Hoofdrekenenwerken met een timer en weinig oefeningen tegelijk, bijvoorbeeld tien sommen in twee minuten
Cijferenruitjespapier en één oefening per blad of vak, zodat de uitlijning niet in de weg zit
Vraagstukkenhet stappenplan op de bank, met de vraag laten onderstrepen voor er gerekend wordt

Voor het huiswerk geldt dezelfde logica. Wat ouders daarvoor kunnen doen, staat in ons artikel over concentratieproblemen bij de huistaak, en dat is nuttig om mee te geven op een oudercontact.

Samenwerken met ouders en CLB

Aanpassingen werken het best als ze thuis en op school dezelfde kant op gaan. Spreek daarom af welke twee dingen jullie allebei doen, en houd het daarbij.

  • Deel wat werkt. Als de blokken van tien minuten in de klas helpen, is dat thuis vaak ook bruikbaar.
  • Vraag wat thuis werkt. Ouders kennen hun kind langer dan jij, en hebben vaak een vaste aanpak.
  • Leg afspraken vast in het leerlingendossier, zodat ze meegaan naar het volgende leerjaar. Zie ons artikel over STICORDI-maatregelen.
  • Betrek het CLB wanneer de aanpak in de klas onvoldoende blijkt. Zie ons artikel over wanneer je naar het CLB stapt.
  • Laat medische vragen bij de arts. Diagnose en behandeling horen daar thuis, niet in het klasgesprek.

Wat je in de klas doet, staat daar los van. Een leerling met aandachtsmoeilijkheden heeft dezelfde structuur nodig, of er nu iets vastgesteld is of niet.

In één oogopslag

IngreepWaarom
blokken van tien minutenkort genoeg om af te maken
één blad tegelijkeen stapel ontmoedigt
beweging tussen blokkenaandacht herstelt bij beweging
nakijken per blokeen fout blijft beperkt tot één stuk
zichtbare timerde duur wordt concreet

Tot slot

Het meeste wat helpt bij ADHD in de klas, is structuur die je kunt zien: korte blokken, één blad, een timer en een kort controlemoment. Die ingrepen kosten weinig tijd en komen de hele klasgroep ten goede. Begin met twee ervan en houd ze een maand vol voor je er iets bij neemt.

Hoe deel je een lange taak op voor een leerling met ADHD?

In blokken van ongeveer tien minuten met een duidelijk begin en einde. Geef één blok tegelijk en leg de rest weg, zet er een bewegingsmoment tussen en kijk kort na na elk blok.

Waar zet je zo een leerling best in de klas?

Op een vaste plaats met weinig prikkels, binnen bereik van de leerkracht. Dichtbij dus, maar niet apart gezet.

Helpt beweging in de klas?

Ja, zeker met een functie erbij: papieren uitdelen, iets halen, het bord uitvegen. Dertig seconden tussen twee blokken volstaat vaak.

Welke werkvormen werken bij lezen en rekenen?

Korte leesbeurten van twee tot drie minuten, een tekst in stukken met een vraag per stuk, kleine woordpakketten verspreid over de week, en weinig rekenoefeningen tegelijk met een timer.

Moet er een diagnose zijn voor deze aanpak?

Nee. Een leerling met aandachtsmoeilijkheden heeft dezelfde structuur nodig, ongeacht of er iets vastgesteld is. Leg afspraken wel vast zodat ze meegaan naar het volgende leerjaar.

Wanneer betrek je het CLB?

Wanneer de aanpak in de klas onvoldoende blijkt of de moeilijkheden aanhouden. Medische vragen over diagnose en behandeling horen bij een arts.