STICORDI-maatregelen concreet: voorbeelden voor taal en wiskunde

In het kort. STICORDI staat voor stimuleren, compenseren, remediëren, differentiëren en dispenseren. Het zijn vijf soorten maatregelen die een school kan nemen voor een leerling met specifieke onderwijsbehoeften. Welke maatregelen gelden, spreekt de school af in overleg met de ouders, en waar nodig met het CLB.

Ouders horen het woord meestal voor het eerst in een gesprek op school, als een afkorting die iedereen behalve zij blijkt te kennen. En dat is jammer, want achter die letters zitten heel concrete dingen: een tafelkaart, meer tijd, een voorgelezen opgave.

Hieronder staat waar elke letter voor staat, met een voorbeeld voor taal en een voor wiskunde, plus hoe die maatregelen in de praktijk worden afgesproken.

Op deze pagina

  1. Waar de letters voor staan
  2. Hoe maatregelen worden afgesproken
  3. Compenseren en dispenseren: het verschil
  4. Waar het in de praktijk misloopt
  5. Wat je als ouder kunt vragen

Waar de letters voor staan

LettersBetekenisVoorbeeld bij taalVoorbeeld bij wiskunde
STIstimuleren: aanmoedigen en het positieve benadrukkenbenoemen wat er al vlotter gaat bij het lezen, in plaats van tellen wat fout washet denkwerk waarderen, ook wanneer het eindantwoord fout is
COcompenseren: een hulpmiddel toelatenvoorleessoftware of een spellingcontrole gebruikeneen tafelkaart of rekenmachine bij oefeningen waar het rekenen niet het doel is
Rremediëren: extra gerichte begeleiding gevenleestraining in een klein groepje, buiten de klasmomentenextra instructie bij het herleiden van maateenheden
DIdifferentiëren: variëren in aanbod, tijd of verwerkingeen kortere woordenlijst voor het dictee, of meer tijdminder oefeningen van hetzelfde type, of kleinere getallen
DIdispenseren: vrijstellen van bepaalde doelen, onderdelen of activiteiteneen stuk van het dictee niet meetellen omdat het doel elders ligteen onderdeel van het leerplan dat niet haalbaar is, laten vallen in overleg

Sommige scholen gebruiken een variant waarin ook relativeren voorkomt: de resultaten in perspectief plaatsen en de nadruk leggen op wat wel lukt. Inhoudelijk overlapt dat grotendeels met stimuleren, dus laat je niet in de war brengen door de verschillende lijstjes die circuleren.

Hoe maatregelen worden afgesproken

In de regelgeving heet dit redelijke aanpassingen. Het uitgangspunt is eenvoudig: een leerling met specifieke onderwijsbehoeften heeft recht op aanpassingen die redelijk zijn voor de school en die het leren mogelijk maken.

  • De school beslist, in overleg met de ouders en meestal met de zorgcoördinator erbij.
  • Het CLB adviseert wanneer het betrokken is, en kan mee bepalen wat nodig is.
  • Een attest is niet altijd nodig. Aanpassingen worden gebaseerd op wat een leerling nodig heeft, niet enkel op een diagnose.
  • Ze worden vastgelegd in het leerlingendossier, zodat ze bij een nieuwe leerkracht of een overstap bekend zijn.
  • Ze worden geëvalueerd. Wat niet blijkt te werken, wordt aangepast; wat niet meer nodig is, wordt afgebouwd.

Dat vierde punt is belangrijker dan het lijkt. Vraag expliciet of de afspraken op papier staan en of ze meegaan naar het volgende leerjaar; anders begint het gesprek elk jaar in september opnieuw.

Compenseren en dispenseren: het verschil

Deze twee worden het vaakst door elkaar gehaald, en het verschil is wezenlijk.

Compenseren betekent dat je kind hetzelfde doet als de rest, met een hulpmiddel erbij. Het leest dezelfde tekst, maar met voorleessoftware. Het maakt dezelfde oefening, maar met een tafelkaart. Het doel blijft gelijk, alleen de weg ernaartoe verandert.

Dispenseren gaat verder: je kind wordt vrijgesteld van bepaalde doelen, onderdelen of activiteiten. Dat is de zwaarste maatregel, want wat gevraagd wordt verandert, en daarom gebeurt het zelden en altijd doordacht.

Een schriftelijke toets mondeling afnemen valt daar dus meestal niet onder: het doel blijft hetzelfde, alleen de vorm verandert. Dat is eerder compenseren of differentiëren. Die verwarring komt vaak voor, en ze doet ertoe: een vrijstelling heeft gevolgen voor wat er later wordt beoordeeld, een andere toetsvorm niet.

In de praktijk is compenseren veruit de meest gebruikte vorm, en ze is meestal ook de eerste stap. Voorbeelden voor het lezen staan in ons artikel over dyslexie en technisch lezen, en voor het rekenen in ons artikel over maaltafels en dyscalculie.

Waar het in de praktijk misloopt

  1. Te veel maatregelen tegelijk. Vijf aanpassingen tegelijk invoeren betekent meestal dat er geen enkele goed wordt toegepast. Begin met twee.
  2. Afspraken die alleen mondeling bestaan. Bij een nieuwe leerkracht of een vervanging is dan alles weg.
  3. Hulpmiddelen die je kind niet durft te gebruiken. Een tafelkaart die in de bank blijft, helpt niemand. Bespreek hoe het voelt in de klas.
  4. Compenseren als straf laten aanvoelen. Als een kind het gevoel krijgt dat het minder mag, verdwijnt het effect. De boodschap moet zijn: zo kun je tonen wat je kunt.
  5. Nooit evalueren. Aanpassingen die drie jaar lopen zonder herbekeken te worden, passen zelden nog bij wat het kind nu nodig heeft.

Wat je als ouder kunt vragen

Een gesprek over maatregelen wordt concreter met deze zes vragen:

  • Welke aanpassingen lopen er nu, en waar staan ze genoteerd?
  • Welke daarvan zouden op dit moment het meeste verschil maken?
  • Gelden ze ook bij toetsen, en hoe wordt dat praktisch geregeld?
  • Hoe zorgen we dat ze meegaan naar het volgende leerjaar?
  • Wanneer bekijken we of ze werken?
  • Wat kunnen wij thuis doen dat hierbij aansluit?

Loopt het gesprek vast of is er nog geen zorgtraject, dan kan het CLB mee kijken; zie ons artikel over wanneer je naar het CLB stapt.

In één oogopslag

LettersKort
STIaanmoedigen en benadrukken wat lukt
COhulpmiddel toelaten
Rextra gerichte begeleiding
DIvariëren in tijd, hoeveelheid of verwerking
DIvrijstellen van een doel, onderdeel of activiteit

Tot slot

STICORDI klinkt technischer dan het is: het gaat over een tafelkaart, meer tijd en een voorgelezen opgave. Vraag op school welke aanpassingen nu het meeste verschil zouden maken, en zorg dat ze op papier staan. Dat is bruikbaarder dan een lange lijst die niemand toepast.

Waar staat STICORDI voor?

Voor stimuleren, compenseren, remediëren, differentiëren en dispenseren. Het zijn vijf soorten maatregelen die een school kan nemen voor een leerling met specifieke onderwijsbehoeften.

Wat is het verschil tussen compenseren en dispenseren?

Bij compenseren doet je kind hetzelfde als de rest, maar met een hulpmiddel zoals voorleessoftware of een tafelkaart. Bij dispenseren wordt een leerling vrijgesteld van een doel, onderdeel of activiteit. Waar het kan, zoekt de school een gelijkwaardig alternatief. Een schriftelijke toets mondeling afnemen is doorgaans compenseren, want hetzelfde doel blijft beoordeeld.

Wie beslist welke maatregelen een leerling krijgt?

De school, in overleg met de ouders en meestal met de zorgcoördinator. Het CLB adviseert wanneer het betrokken is.

Heb je een attest nodig voor STICORDI-maatregelen?

Niet altijd. Aanpassingen worden gebaseerd op wat een leerling nodig heeft, en niet enkel op een diagnose. Een attest kan het gesprek wel makkelijker maken.

Hoeveel maatregelen neem je best tegelijk?

Twee. Vijf aanpassingen tegelijk invoeren betekent in de praktijk meestal dat er geen enkele consequent wordt toegepast.

Gaan de afspraken mee naar het volgende leerjaar?

Alleen als ze genoteerd zijn in het leerlingendossier. Vraag daar expliciet naar, anders begint het gesprek elk jaar in september opnieuw.