Signaalwoorden herkennen: de wegwijzers in elke tekst

In het kort. Signaalwoorden zijn woorden die het verband tussen zinnen aangeven: maar kondigt een tegenstelling aan, daardoor een gevolg, bijvoorbeeld een uitwerking. Wie ze herkent, ziet de structuur van een tekst zonder alles te hoeven onthouden. Er zijn vijf soorten verbanden, elk met een handvol vaste woorden.

Op deze pagina

  1. Wat signaalwoorden doen
  2. De vijf soorten verbanden
  3. Waarom ze het begrip zoveel helpen
  4. Zo oefen je ze
  5. De valkuil: woorden leren zonder verband
  6. De verbanden in één oogopslag
  7. Veelgestelde vragen

Een tekst is geen rij losse zinnen. Er zit een structuur in, en die structuur wordt aangegeven met een handvol kleine woorden die je makkelijk over het hoofd ziet. Wie ze leert zien, leest een tekst plots als een geheel.

Wat signaalwoorden doen

Signaalwoorden zijn wegwijzers. Ze vertellen je wat er komt en hoe het zich verhoudt tot wat je net las.

Vergelijk deze twee zinnen: “Het regende. Ze gingen zwemmen.” en “Het regende. Toch gingen ze zwemmen.” Datzelfde woordje toch verandert de hele betekenis: van twee losse feiten naar een tegenstelling.

Voor je kind betekent dat: je hoeft niet alles te onthouden, je moet de structuur zien. En die structuur staat er letterlijk, in de vorm van die kleine woordjes.

De vijf soorten verbanden

VerbandWat het aangeeftSignaalwoorden
opsomminger komt nog iets van dezelfde soortook, bovendien, daarnaast, ten eerste
tegenstellinghet volgende gaat in tegen het vorigemaar, toch, hoewel, daarentegen
oorzaak en gevolghet ene komt door het anderedaardoor, dus, omdat, zodat
tijdwanneer iets gebeurt of in welke volgordeeerst, daarna, terwijl, ten slotte
voorbeeld of uitleghet vorige wordt concreet gemaaktbijvoorbeeld, zoals, met andere woorden, namelijk

Vijf soorten en ongeveer twintig woorden. Dat is een overzichtelijk pakket, zeker als je het over meerdere weken spreidt.

Waarom ze het begrip zoveel helpen

Ze maken vragen beantwoordbaar. Veel toetsvragen gaan precies over verbanden: waarom gebeurde dat? of wat is het gevolg? Het antwoord staat bijna altijd naast een signaalwoord.

Ze helpen bij het samenvatten. Een tekst met drie opsommingssignalen heeft drie punten. Dat is je samenvatting, kant en klaar.

Ze waarschuwen voor een bocht. Bij maar, toch of hoewel keert de tekst. Kinderen die dat missen, houden de verkeerde conclusie over.

Dat laatste is meteen het nuttigste om als eerste te oefenen: tegenstellingen leveren de meeste misverstanden op.

Zo oefen je ze

  1. Omcirkelen in een echte tekst. Geef je kind een krantenartikel of een stukje uit een zaakvakboek en laat het alle signaalwoorden omcirkelen. Eén soort per keer.
  2. Vraag telkens: wat zegt dit woord? Niet alleen vinden, maar benoemen. “Hier staat ‘daardoor’, dus wat komt er nu?”
  3. Zinnen afmaken. Jij zegt het begin, je kind maakt het af: “Ze had hard geoefend, maar…” Dat traint het gevoel voor het verband van binnenuit.
  4. Woorden omwisselen. Neem een zin met daardoor en vervang die door maar. Wat verandert er? Kinderen vinden dit leuk en het maakt het effect zichtbaar.

Vijf tot tien minuten per keer is meestal genoeg. Meer over de bredere aanpak in de vijf leesstrategieën.

De valkuil: woorden leren zonder verband

Signaalwoorden uit het hoofd leren als lijstje levert weinig op. Je kind kan dan opsommen dat daardoor een gevolg aangeeft, en het in een tekst toch straal voorbijlezen.

Wat wél werkt is ze in teksten tegenkomen en telkens benoemen wat ze doen. De herkenning moet automatisch worden, en dat gebeurt alleen in echte zinnen.

Let ook op: niet elk verband heeft een signaalwoord. “Hij was moe. Hij ging vroeg slapen.” Daar staat geen dus, en toch is er een verband. Leer je kind daarom ook zonder wegwijzer te denken.

Teksten met vragen per leerjaar vind je bij begrijpend lezen op Taalkrak.

De verbanden in één oogopslag

Als je dit zietDenk dan
ook, bovendien, daarnaaster komt nog iets bij
maar, toch, hoewellet op, het draait
daardoor, dus, omdathier zit een oorzaak of gevolg
eerst, daarna, ten slottedit is een volgorde
bijvoorbeeld, zoals, namelijknu komt het concreet

Veelgestelde vragen

Wat zijn signaalwoorden?

Woorden die het verband tussen zinnen aangeven, zoals maar voor een tegenstelling, daardoor voor een gevolg en bijvoorbeeld voor een uitwerking.

Welke soorten verbanden zijn er?

Vijf: opsomming, tegenstelling, oorzaak en gevolg, tijd, en voorbeeld of uitleg.

Waarom helpen signaalwoorden bij begrijpend lezen?

Omdat ze de structuur van een tekst zichtbaar maken. Veel toetsvragen gaan over verbanden, en het antwoord staat bijna altijd naast een signaalwoord.

Welk verband oefen je het best eerst?

De tegenstelling. Woorden als maar, toch en hoewel keren de betekenis, en kinderen die dat missen houden de verkeerde conclusie over.

Moet mijn kind de lijst uit het hoofd leren?

Nee. Signaalwoorden leren werkt alleen in echte teksten, waar je telkens benoemt wat het woord doet.

Heeft elk verband een signaalwoord?

Nee. Hij was moe. Hij ging vroeg slapen. bevat een verband zonder signaalwoord. Leer je kind daarom ook zonder wegwijzer te denken.